Home > Bestemming > Europa > Lapland >
Home > Bestemming > Europa > Lapland >
Lapland is misschien wel de beste plek op aarde om het noorderlicht te observeren, een fantastisch natuurverschijnsel dat jaarlijks talloze bezoekers trekt. De redenen daarvoor zijn niet alleen beperkt tot de geografische ligging met de lange winters in de regio, maar ook een aantal toeristische attracties.
Volgende stap
Wat is Aurora Borealis ? Hoe ontstaan de verschillende kleuren ? Klik hier voor meer informatie over het noorderlicht.
In Noors, Fins én Zweeds Lapland zie je het Noorderlicht het best boven de poolcirkel, in gebieden met droog klimaat, weinig lichtvervuiling en open horizon. De absolute topzones zijn Tromsø–Lyngen–Alta (Noorwegen), Inari–Utsjoki–Saariselkä (Finland) en Abisko–Kiruna (Zweden).
Het noorden in Fins Lapland is uitermate geschikt als bestemming om het noorderlicht te bewonderen. Elk jaar heeft Fins Lapland meer dan 200 nachten met lichtshows, waardoor het een van de beste plekken is om de aurora te zien.
Tromsø staat bekend als ‘de hoofdstad van de Noordpool’ en is toevallig ook een van de beste plekken ter wereld om het noorderlicht te zien. Kirkenes is een klein stadje vlak bij de Russische grens, midden in het noorderlichtgebied. Het is ook de thuisbasis van het beroemde Snow Hotel of Norway.
De beste kans om getuige te zijn van het noorderlicht is wanneer je ten noorden van de poolcirkel bevindt, op grote hoogte, bij voorkeur in de open ruimte zonder enige andere lichtbron. Abisko National Park in Zweeds Lapland biedt misschien wel de beste omstandigheden ter wereld voor iedereen die het noorderlicht wil aanschouwen.
Wil je dit jaar een noorderlicht reis naar Lapland maken ? Weet je dan ook waar en wanneer je heen moet en wat de kans is om het noorderlicht te zien ? Klik hier voor meer informatie over noorderlicht voorspelling.
Het Noorderlicht fotografeer je het best met een statief, handmatige instellingen en een donkere locatie zonder lichtvervuiling. Gebruik ISO 800–3200, een diafragma tussen f/1.4 en f/2.8 en een sluitertijd van 1–10 seconden, afhankelijk van de sterkte van de Aurora. Stel handmatig scherp op een verre lichtbron en schakel autofocus uit. Kies een compositie met een duidelijke voorgrond, zoals bomen, een hut of een bergsilhouet, en fotografeer bij voorkeur tussen 21.00 en 02.00 uur. Neem extra batterijen mee — kou put ze snel uit — en schiet in RAW voor maximale flexibiliteit bij nabewerking.
Tijdens een noorderlicht‑excursie is het belangrijk om warm en in lagen gekleed te gaan, omdat je vaak langdurig stil staat in de kou. Draag een thermo‑onderlaag van merinowol, een isolerende tussenlaag zoals fleece of dons, en een wind‑ en waterdichte buitenlaag. Combineer dit met warme winterlaarzen met dikke zool, wollen sokken, liner‑handschoenen met daarover dikke wanten, en een muts die je oren bedekt. Een nekwarmer of balaclava beschermt je gezicht tegen windchill, terwijl hand‑ en voetwarmers en extra warme jaszakken voor batterijen het comfort verhogen.